Nooit eerder konijn klaargemaakt? Dan hoor je bij de meeste mensen. Konijn lijkt iets van vroeger, iets voor wie het kan, maar dat valt enorm mee. Je braadt de stukken even aan en daarna doet de pan het werk: rustig laten sudderen tot het vlees mals van het been valt. De tijd doet het werk, niet jij.
Konijn is mager vlees. Dat betekent dat het droog en taai wordt als je het kort en heet bakt. De truc is net het omgekeerde: even aanbraden, en daarna lang en zacht laten sudderen in vocht. Zo blijft het mals. De dragon geeft een licht anijsachtige toets die goed past bij de room en de witte wijn, en de Dijonmosterd op het einde maakt de saus net wat pittiger zonder dat het overheerst.
En je hoeft niets te kuisen of te versnijden. Ons konijn komt panklaar in stukken: gekuist en al in stukken gesneden, recht de braadpan in. Het is eigen kweek hier op de boerderij.
Ingrediënten
Voor 4 personen:
- 1 heel konijn, panklaar in stukken (gekuist en versneden)
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 klontje roomboter
- 1 eetlepel bloem
- 2 glazen witte wijn
- 100-150 ml kippenbouillon
- 2 takjes dragon (blaadjes eraf en grof gehakt; de takjes apart houden)
- 3 worteltjes, geschild en in dunne plakjes
- 200 g verse of diepvries tuinbonen en/of doperwten
- 125 ml slagroom
- 1 eetlepel Dijonmosterd
- Peper en zout
Bereiding
- Verhit de olijfolie en de boter in een braadpan en bak de konijnenstukken rondom mooi bruin. Even aanbraden volstaat, niet te hard.
- Bestrooi het konijn met de bloem, laat dit 1 minuut meebakken en blus af met de witte wijn.
- Laat de wijn even inkoken en voeg dan de kippenbouillon en de dragontakjes toe.
- Leg het deksel schuin op de pan en laat het geheel 45 minuten zachtjes sudderen.
- Haal de dragontakjes uit de pan. Voeg de slagroom, de worteltjes, de tuinbonen of doperwten en de grof gehakte dragonblaadjes toe.
- Laat nog 15 minuten zachtjes koken. Het konijn is dan mals en gaar van het been. Roer op het einde de Dijonmosterd erdoor en breng op smaak met peper en zout. Serveer met rijst of gekookte aardappelen.
Tip
Voel je na het sudderen dat het vlees nog stevig aan het bot zit? Laat het dan gewoon wat langer pruttelen. Bij een stoof bepaalt de tijd de gaarheid, niet een thermometer, en wat extra tijd kan geen kwaad. Konijn mag je trouwens nooit rosé serveren: het moet helemaal gaar zijn en los van het been komen. Lukt dat, dan zit je goed. Je kan er dus moeilijk de mist mee ingaan.
Geen verse dragon in huis? Verse heeft de voorkeur voor de geur, maar het werkt ook met een kleinere hoeveelheid gedroogde dragon door de saus. En doe de room pas in het laatste deel van de kooktijd, zoals hierboven, dan blijft de saus mooi glad en schift ze niet.
Zin om het te proberen? Bestel ons konijn in de webshop en je hebt het panklaar in stukken in huis — eigen kweek van de boerderij in Gottem. Niets meer aan te versnijden, gewoon de pan in.
Meer konijnrecepten
Dit recept is gebaseerd op kip met dragon van Brigit’s Receptenbundel, aangepast naar konijn. Foto: Brigit’s Receptenbundel.